GMR Medezeggenschapsstatuut

Statuut medezeggenschap

Medezeggenschapsstatuut van Stichting katholiek Onderwijs Drimmelen te Made


Preambule

Het bestuur van Stichting katholiek Onderwijs Drimmelen en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, GMR, van de volgende scholen:

Basisschool Den Duin, Fazantenlaan 42, 4921 VC Made

Basisschool De Stuifhoek, Norbartstraat 55, 4921 EB Made

Basisschool de lage weide, Julianastraat 1, 4921 KM Made

Basisschool De Elsenhof, Van den Elsenplein 17, 4845 EB Wagenberg

Basisschool Zonzeel, Oranjeplein 7, . 4844 CV Terheijden

Basisschool De Zeggewijzer, Biezelaar 59, 4844 RD Terheijden

hebben overlegd over de toepassing van de WMS.
Ze hebben daarbij hun verwachtingen uitgesproken over de mogelijkheden die deze wet biedt ter versterking van de onderlinge communicatie en het formele overleg over alle aangelegenheden in en rond de school die van belang zijn voor directie, ouders, leerlingen en personeelsleden.
Het bestuur en de GMR leggen hierbij hun visie op de medezeggenschap vast en maken concrete afspraken over de communicatie over en weer en de informatieverstrekking aan alle bij de school betrokken personen, zoals hierna vermeld.
De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad heeft met tenminste tweederden meerderheid ingestemd met dit medezeggenschapsstatuut. Het medezeggenschapsstatuut gaat in op (bij voorkeur 1 september 2007)

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

a. wet: de Wet Medezeggenschap op Scholen (Stbl 2006, 658)
b. bevoegd gezag: Stichting katholiek Onderwijs Drimmelen
c. GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
d. MR: de medezeggenschapsraad van een school
e. organisatie: de gehele onderwijsinstelling (bestuur, directie en scholen)
f. geleding: de gezamenlijke leden in de GMR, behorende tot de groep personeel of de groep ouders
g. statuut: het medezeggenschapsstatuut.

Artikel 2 Aard en werkingsduur

1. Het statuut treedt in werking op _____________ en heeft een werkingsduur van twee jaar
2. Uiterlijk op 1 mei 2009 treden de GMR en het bevoegd gezag in overleg over het actualiseren, evalueren en bijstellen van het statuut.
3. Bevoegd gezag en GMR kunnen voorstellen doen tot wijziging van het GMR 2 oktober 2007 statuut ongeacht het verloop van genoemde termijn.
4. Een voorstel van het bevoegd gezag tot wijziging van het statuut behoeft de instemming van tweederden van de leden van de GMR.

Hoofdstuk 2 Inrichting van de medezeggenschap

Artikel 3 Medezeggenschapsorgaan

1. Bij de Stichting Katholiek Onderwijs Drimmelen is een GMR ingesteld.
2. De GMR bestaat uit:
Zes leden gekozen door de personeelsgeledingen van de medezeggenschapsraden van de onder het bestuur staande scholen en zes leden gekozen door de oudergeledingen van de medezeggenschapsraden van de onder het bestuur staande scholen.
3. Namens het bevoegd gezag voert de algemeen directeur besprekingen met de GMR of met leden van de GMR.
4. Op diens verzoek of op verzoek van de GMR kan deze persoon van die taak worden ontheven. Zie bijlage van het bevoegd gezag.

Artikel 3a Medezeggenschapsraden

1. Aan elke school is een medezeggenschapsraad verbonden.
2. Deze raad wordt rechtstreeks uit en door de geledingen van de desbetreffende school gekozen.
3. Het reglement van de raad bepaalt de samenstelling en de bevoegdheden.

Artikel 3.1 Themaraad

De GMR heeft met inachtneming van artikel 20, vierde lid wet het recht om een themaraad in te
stellen.

Hoofdstuk 3 Informatievoorziening

Artikel 4 Informatie van het bevoegd gezag aan de GMR en de geledingen

1. Jaarlijks verschaft het bevoegd gezag schriftelijk tenminste de volgende informatie aan de GMR:
  a. de begroting van de organisatie en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied
  b. aan het begin van het schooljaar de gegevens met betrekking tot:
- de samenstelling van het bevoegd gezag
- de organisatie binnen de school
- het managementstatuut
- de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid
  c. voor 1 mei: de berekening die ten grondslag ligt aan de overheidssubsidie
  d. voor 1 juli: het jaarverslag van de organisatie
2. Tijdig ontvangt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, al dan niet gevraagd, alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. Daartoe behoren in ieder geval:
  - de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden
- elk oordeel van de klachtencommissie waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen.
3. Voorts ontvangt de GMR tijdig, al dan niet gevraagd alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.
4. De informatie wordt op een zodanig tijdstip verstrekt, dat alle leden van de GMR een redelijke tijd voor de vergadering kennis kunnen nemen van de stukken, en zonodig deskundigen kunnen raadplegen.
5. Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de GMR, wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding van de GMR aangeboden.

GMR 3 oktober 2007

Artikel 5 Wijze waarop het bevoegd gezag informatie verschaft

1. Het bevoegd gezag stelt de in het voorgaande artikel bedoelde informatie in ieder geval schriftelijk, en zo mogelijk eveneens langs digitale weg, ter beschikking aan de GMR.
2. Alle verkregen informatie is in principe openbaar.

Artikel 6 Wijze waarop de GMR informatie verstrekt en ontvangt

1. De GMR en zijn geledingen informeren hun achterban in de regel binnen drie weken na de vergadering over hetgeen er is besproken in de GMR of in het overleg met het bevoegd gezag.
2. De secretaris van de GMR informeert de overige leden over alle binnengekomen brieven en reacties, en beslist in overleg met de voorzitter of een reactie moet worden gegeven.
3. De vergaderingen van de GMR zijn in principe openbaar.
4. Alle informatie wordt in principe schriftelijk verstrekt, waar mogelijk en wenselijk eveneens langs digitale weg.

Artikel 7: Communicatie binnen de organisatie.

1. De medezeggenschapsraad en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, en de eventueel uit die raden voortkomende groepsmedezeggenschapsraden, deelraad, themaraad, en de geledingen van al deze raden, informeren elkaar ongevraagd volledig en helder over hun standpunten, werkwijzen en procedure afspraken met het bevoegd gezag. Verslagen van bijeenkomsten worden, zonodig onder voorbehoud van goedkeuring, direct verspreid.
2. Op verzoek van een van de raden als bedoeld in het eerste lid verstrekt een raad direct alle en volledige informatie over bepaalde aangelegenheden, voor zover deze niet onderhevig zijn aan afspraken over geheimhouding.
3. De informatie wordt waar mogelijk schriftelijk verstrekt. Het is wenselijk maximaal gebruik te maken van e-mail.
4. Informatie wordt in principe verstrekt aan de secretaris van de raad en bij diens ontstentenis aan de voorzitter van de raad. Aan de leden van de raad wordt een overzicht gegeven van de verstrekte informatie. Eenieder heeft de mogelijkheid de informatie in te zien en bespreking ervan te vragen in de raad.
5. Eenmaal per jaar overleggen afgevaardigden van de verschillende raden over hun onderlinge communicatie.

Hoofdstuk 4 Faciliteiten

Artikel 8: Faciliteiten afgesproken in onderling overleg

1. De GMR kan gebruik maken van voorzieningen waarover het bevoegd gezag beschikt en die de GMR redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van zijn taak.
2. De kosten voor de medezeggenschapsactiviteiten met inbegrip van bijwonen van vergaderingen van de GMR zelf, worden gedragen door het bevoegd gezag. Onder deze activiteiten worden mede begrepen:
- scholing van de leden van de GMR en de GMR als geheel
- het inhuren van deskundigen
- het voeren van rechtsgedingen
- het informeren en raadplegen van de achterban
Voorwaarde is, dat het bevoegd gezag vooraf in kennis wordt gesteld van het activiteitenplan of het concrete voornemen van de GMR
3. Personeelsleden die deel uitmaken van één medezeggenschapsorgaan hebben 60 uren in taakbeleid ter beschikking voor hun werkzaamheden. Indien een personeelslid in 2 medezeggenschapsorganen participeert zijn 100 uren in het taakbeleid ter beschikking van de betreffende persoon.
4. Voor het bepaalde in artikel 8 lid 1, 2, en 3 geldt dat daarbij de vigerende CAO-po zal worden gevolgd. In de CAO-po die van kracht is van 1 augustus 2006 tot 1 augustus 2008 betreft het hoofdstuk 13.3 en bijlage A11)
5. Ten aanzien van de tegemoetkoming ouderleden zijn de volgende afspraken gemaakt:
Wanneer ouderleden voor een belangrijke activiteit van de GMR vrij moeten nemen van hun werk, staat daar een redelijke vergoeding tegenover.

 

Made, januari 2008
Het bestuur van SKOD
 
B.C.G. Dirven A.J.J.M. Diepstraten
Voorzitter secretaris
De GMR van SKOD  
vacature I. Bauer
Voorzitter secretaris


BIJLAGE:
Artikel 1 Besprekingen namens het bevoegd gezag

1. Het bevoegd gezag voert de besprekingen als bedoeld in artikel 15 van het reglement met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
2. In afwijking van het eerste lid, kan het bevoegd gezag het voeren van een aantal in artikel 15 van het reglement genoemde besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad opdragen aan de algemeen directeur of diens vervanger.
3. Het bevoegd gezag behoudt zich het recht voor per geval te beslissen of het voeren van besprekingen aan de algemeen directeur wordt opgedragen.
Op verzoek van het lid van de schoolleiding dat belast is met het voeren van deze besprekingen of op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan het bevoegd gezag dit lid ontheffen van de taak om een bespreking namens het bevoegd gezag te voeren.

Artikel 2 Voorbehoud bevoegd gezag

In alle gevallen waarin het bevoegd gezag het nodig oordeelt en in alle gevallen waarin de
gemeenschappelijke medezeggenschapsraad daarom verzoekt voert het bevoegd gezag zelf
de besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.

Artikel 3 Ontheffing besprekingen

1. De algemeen directeur of diens plaatsvervanger wordt op zijn verzoek van de in artikel 2, lid 2, genoemde opdracht ontheven in de volgende gevallen:
  a. indien het in redelijkheid niet van hem/haar gevergd kan worden dat hij de besprekingen in het algemeen dan wel over één of meer aangelegenheden voert;
  b. wanneer hij/zij een dusdanig persoonlijk belang heeft bij het onderwerp van overleg dat daarmee naar het oordeel van het bestuur in redelijkheid niet van hem/haar gevergd kan worden het overleg in de concrete aangelegenheid te voeren.
2. Op een gemotiveerd verzoek van de raad kan het bevoegd gezag de algemeen directeur of diens plaatsvervanger ontheffen van zijn opdracht om de besprekingen namens het bevoegd gezag te voeren.
3. Het bevoegd gezag besluit zo spoedig mogelijk op een verzoek tot ontheffing en stelt de algemeen directeur, zijn plaatsvervanger of de raad schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn besluit. De ontheffing is voor bepaalde tijd en kan alle of alleen bepaalde gevallen betreffen.

Terug naar boven

Medezeggenschapsstatuut in pdf