GMR Regelement (download hier de pdf)
Medezeggenschapsreglement voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad primair onderwijs
Dit is het reglement van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad van alle onder het bevoegd gezag staande scholen voor primair onderwijs,
Basisschool Den Duin, Fazantenlaan 42, 4921 VC Made
Basisschool De Stuifhoek, Norbartstraat 55, 4921 EB Made
Basisschool de lage weide, Julianastraat 1, 4921 KM Made
Basisschool De Elsenhof, Van den Elsenplein 17, 4845 EB Wagenberg
Basisschool Zonzeel, Oranjeplein 7, . 4844 CV Terheijden
Basisschool De Zeggewijzer, Biezelaar 59, 4844 RD Terheijden
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 1 Begripsbepaling
| a. | Dit reglement verstaat onder: de wet: de Wet medezeggenschap op scholen (Stb.2006,658); |
| b. | Stichting Katholiek Onderwijs Drimmelen; |
| c. | Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de wet; |
| d. | scholen:zie bovengenoemde scholen; |
| e. | leerlingen: leerlingen in de zin van de Wet op het primair onderwijs; |
| f. | ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen; |
| g. | schoolleiding: de directeur en adjunct-directeur, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; |
| h. | personeel: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste 6 maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school; |
| i. | geleding: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet. |
Paragraaf 2 Medezeggenschap
Artikel 2 Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
| 1. | Er is een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 2. | In de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is elke medezeggenschapsraad vertegenwoordigd. |
| 3. | De leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden door gekozen de leden van de medezeggenschapsraden. |
Artikel 3 Omvang en samenstelling gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bestaat uit aantal leden van wie:
| a. | 6 leden door de personeelsgeledingen van de medezeggenschapsraden worden gekozen; en |
| b. | 6 leden door de oudergeledingen van de medezeggenschapsraden worden gekozen. |
Artikel 4 Onverenigbaarheden
| 1. | Personen die deel uitmaken van het bevoegd gezag kunnen geen zitting nemen in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 2. | Een personeelslid dat is opgedragen om namens het bevoegd gezag op te treden in besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan niet tevens lid zijn van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
Artikel 5 Zittingsduur
| 1. | Een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft zitting voor een periode 3 jaar. | |
| 2. | Een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad treedt na zijn zittingsperiode af en is terstond herkiesbaar. | |
| 3. | Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten aftreden. | |
| 4. | Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: | |
| a. | door overlijden; | |
| b. | door opzegging door het lid; | |
| c. | door ondercuratelestelling; | |
| d. | zodra een lid geen deel meer uitmaakt van de geleding waardoor hij is gekozen. | |
Paragraaf 3 De Verkiezing
Artikel 6 Organisatie verkiezingen
| 1. | De leiding van de verkiezing van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad berust bij de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. De organisatie daarvan kan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad opdragen aan een verkiezingscommissie. |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bepaalt de samenstelling, werkwijze, en de bevoegdheden van de verkiezingscommissie alsmede de wijze waarop over bezwaren inzake besluiten van de verkiezingscommissie wordt beslist. |
Artikel 7 Datum verkiezingen
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bepaalt voor welke datum de verkiezing door de leden van de desbetreffende afzonderlijke medezeggenschapsraden moet hebben plaatsgevonden. |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad stelt het bevoegd gezag, de betrokken medezeggenschapsraden, de ouders en het personeel in kennis van het in het eerste lid genoemde tijdstip. |
Artikel 8 Verkiesbare en kiesgerechtigde personen
Op de scholen onder het SKOD bepaalt elke afzonderlijke MR op welke manier mensen afgevaardigd worden in de GMR. Zij kunnen kiezen uit de 2 volgende mogelijkheden:
| 1. | Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeelsdeel of ouderdeel van de medezeggenschapsraden van bovengenoemde scholen, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar tot lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 2. | Zij die op de dag van de kandidaatstelling deel uitmaken van het personeelsdeel of ouderdeel van bovengenoemde scholen, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar tot lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
Artikel 9 Bekendmaking verkiesbare en kiesgerechtigde personen
De medezeggenschapsraad stelt 4 weken voor de verkiezingen een lijst vast van de personen die kiesgerechtigd en verkiesbaar zijn. Deze lijst wordt aan de ouders en het personeel bekend gemaakt onder vermelding van de mogelijkheid zich kandidaat te stellen, alsmede van de daarvoor gestelde termijn.
Artikel 10 Onvoldoende kandidaten
| 1. | Indien uit de ouders en het personeel niet meer kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor de geleding van de desbetreffende gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zijn, vindt voor die geleding geen verkiezing plaats en worden de gestelde kandidaten geacht te zijn gekozen. |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad stelt het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaten daarvan tijdig vóór de verkiezingsdatum in kennis. |
Artikel 11 Verkiezing
De verkiezing vindt plaats bij geheime, schriftelijke stemming.
Artikel 12 Stemming; volmacht
| 1. | Een kiesgerechtigde brengt ten hoogste evenveel stemmen uit als er zetels voor zijn geleding in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zijn. Op een kandidaat kan slechts één stem worden uitgebracht. |
| 2. | Een kiesgerechtigde kan bij schriftelijke volmacht met overgave van zijn stembiljet een ander, die tot dezelfde geleding behoort, zijn stem laten uitbrengen. Een kiesgerechtigde kan voor ten hoogste één andere kiesgerechtigde bij volmacht een stem uitbrengen. |
Artikel 13 Uitslag verkiezingen
| 1. | Gekozen zijn de kandidaten die achtereenvolgens het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Indien er voor de laatste te bezetten zetel meer kandidaten zijn, die een gelijk aantal stemmen op zich verenigd hebben, beslist tussen hen het lot. |
| 2. | De uitslag van de verkiezingen wordt door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad vastgesteld en schriftelijk bekendgemaakt aan het bevoegd gezag, de overige betrokken medezeggenschapsraden, de geledingen en de betrokken kandidaten. |
Artikel 14 Tussentijdse vacature
| 1. | In geval van een tussentijdse vacature wijst de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad tot opvolger van het betrokken lid aan de kandidaat uit de desbetreffende geleding die blijkens de vastgestelde uitslag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, daarvoor als eerste in aanmerking komt. |
| 2. | De aanwijzing geschiedt binnen een maand na het ontstaan van de vacature. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad doet van deze aanwijzing mededeling aan het bevoegd gezag, de geledingen en de betrokken kandidaat. |
| 3. | Indien uit de ouders en het personeel minder kandidaten zijn gesteld dan er zetels in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor die geleding zijn of indien er geen opvolger als bedoeld in het eerste lid aanwezig is, kan in de vacature(s) voorzien worden door het houden van een tussentijdse verkiezing. In dat geval zijn de artikelen 6 t/m 13 van overeenkomstige toepassing. |
Paragraaf 4 Algemene taken en bevoegdheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
Artikel 15 Overleg met bevoegd gezag
| 1. | Het bevoegd gezag en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, een geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of het bevoegd gezag. |
| 2. | Indien tweederde deel van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking met elke geleding afzonderlijk. |
Artikel 16 Initiatief bevoegdheid gemeenschappelijk medezeggenschapsraad
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden die de algemene gang van zaken in alle scholen of de meerderheid van de scholen vallend onder één onderwijswet betreft. Hij is bevoegd over deze aangelegenheden aan het bevoegd gezag voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. |
| 2. | Het bevoegd gezag brengt op deze voorstellen, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van deze reactie, stelt het bevoegd gezag de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te voeren over de voorstellen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 3. | Indien tweederde deel van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de meerderheid van elke geleding dat wensen, voert het bevoegd gezag de in het eerste lid bedoelde bespreking en overleg met elke geleding afzonderlijk. |
Artikel 17 Openheid, onderling overleg en gelijke behandeling
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de scholen. |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad waakt voorts in de scholen in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers. |
| 3. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad doet aan alle bij de scholen betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de geledingen in de gelegenheid om over aangelegenheden die de betrokken geleding in het bijzonder aangaan met hem overleg te voeren. |
Artikel 18 Informatieverstrekking
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. | |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad ontvangt in elk geval: | |
| a. | jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied; | |
| b. | jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit ’s Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag; | |
| c. | jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs; | |
| d. | de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden; | |
| e. | terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de privacy van het personeel, ouders en leerlingen; | |
| f. | ten minste eenmaal per jaar schriftelijke gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar; | |
| g. | tenminste eenmaal per jaar schriftelijke gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het bevoegd gezag waarbij inzichtelijk wordt gemaakt met welk percentage deze arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken zich houden tot elkaar en tot die van het voorafgaande jaar; | |
| h. | aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. | |
| 3. | Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan een geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt dat voorstel gelijktijdig ter kennisneming aan de andere geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad aangeboden. Daarbij verstrekt het bevoegd gezag de beweegredenen van het voorstel, alsmede de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor het personeel, ouders en leerlingen en van de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen. |
|
Artikel 19 Jaarverslag
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad stelt jaarlijks een verslag van zijn werkzaamheden in het afgelopen jaar vast en zendt dit verslag ter kennisneming aan het bevoegd gezag, de betrokken medezeggenschapsraden, de schoolleiding, het personeel en de ouders. |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad draagt er zorg voor dat het verslag ten behoeve van belangstellenden op een algemeen toegankelijke plaats op de scholen ter inzage wordt gelegd. |
Artikel 20 Openbaarheid en geheimhouding
| 1. | De vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is openbaar, tenzij over individuele personen wordt gesproken of de aard van een te behandelen zaak naar het oordeel van een derde van de leden zich daartegen verzet. |
| 2. | Indien bij een vergadering of een onderdeel daarvan een persoonlijk belang van een van de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in het geding is, kan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad besluit dan tegelijkertijd dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaatsvindt. |
| 3. | De leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in hun hoedanigheid vernemen, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag dan wel de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad hun geheimhouding heeft opgelegd of waarvan zij, in verband met opgelegde geheimhouding, het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Het voornemen om geheimhouding op te leggen wordt zoveel mogelijk vóór de behandeling van de betrokken aangelegenheid meegedeeld. |
| 4. | Degene die de geheimhouding, zoals bedoeld in het derde lid van dit artikel, oplegt, deelt daarbij tevens mede welke schriftelijke of mondelinge verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoelang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen. |
| 5. | De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de raad, noch door beëindiging van de band van de betrokkene met de school. |
Paragraaf 5 Bijzondere bevoegdheden medezeggenschapsraad
Artikel 21 Instemmingsbevoegdheid gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
| Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor de door hem voorgenomen besluiten die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle scholen of voor de meerderheid van de scholen met betrekking tot: | |
| a. | verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de school; |
| b. | vaststelling of wijziging van het schoolplan dan wel het leerplan en het zorgplan; |
| c. | vaststelling of wijziging van het schoolreglement; |
| d. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het verrichten door ouders van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de school en het onderwijs; |
| e. | vaststelling of wijziging van regels op het gebied van het veiligheids-, het gezondheids- en welzijnsbeleid, voor zover niet behorend tot de bevoegdheid van de personeelsgeleding; |
| f. | de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan de ouderbijdrage als bedoeld in artikel 24, onderdeel c van dit reglement en niet gebaseerd op de onderwijswetgeving indien het bevoegd gezag daarbij verplichtingen op zich neemt waarmee de leerlingen binnen de schooltijden respectievelijk het onderwijs en tijdens de activiteiten die worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, alsmede tijdens het overblijven, zullen worden geconfronteerd; |
| g. | de vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling; |
| h. | overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake. |
Artikel 22 Adviesbevoegdheid gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
| De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt vooraf in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de door het bevoegd gezag voorgenomen besluiten van gemeenschappelijk belang voor alle scholen of een meerderheid van de scholen met betrekking tot: | |
| a. | vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid voor de desbetreffende scholen, waaronder de voorgenomen bestemming van de middelen die aan het bevoegd gezag ten behoeve van de scholen uit de openbare kas zijn toegerekend of van anderen zijn ontvangen; |
| b. | de criteria die worden toegepast bij de verdeling van deze middelen over voorzieningen op bovenschools niveau en op schoolniveau; |
| c. | de aanstelling of het ontslag van personeel dat is belast met managementtaken ten behoeve van meer dan een school; |
| d. | beëindiging, belangrijke inkrimping of uitbreiding van de werkzaamheden van de school of van een belangrijk onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake; |
| e. | het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake; |
| f. | deelneming of beëindiging van deelneming aan een onderwijskundig project of experiment, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake; |
| g. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de organisatie van de school; |
| h. | vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van aanstellings- of ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan; |
| i. | aanstelling of ontslag van de schoolleiding; |
| j. | vaststelling of wijziging van de concrete taakverdeling binnen de schoolleiding, alsmede de vaststelling of wijziging van het managementstatuut; |
| k | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot toelating en verwijdering van leerlingen; |
| l. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toelating van studenten die elders in opleiding zijn voor een functie in het onderwijs; |
| m. | regeling van de vakantie; |
| n. | het oprichten van een centrale dienst; |
| o. | nieuwbouw of belangrijke verbouwing van de school; |
| p. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het onderhoud van de school; |
| q. | vaststelling of wijziging van de wijze waarop de voorziening bedoeld in artikel 45, tweede lid van Wet op het primair onderwijs wordt georganiseerd. |
Artikel 23 Instemmingsbevoegdheid personeelsgeleding
| Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dat uit het personeel is gekozen voor de door hem voorgenomen besluiten met betrekking tot de volgende gemeenschappelijke aangelegenheden: | |
| a. | vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie van personeel dat is benoemd of te werk gesteld zonder benoeming dat werkzaamheden verricht ten behoeve van meer dan een school. |
| b. | regeling van de gevolgen van het personeel van een aangelegenheid als hiervoor bedoeld in artikel 22, onderdelen b, c , d en l;1 |
| c. | vaststelling of wijziging van de samenstelling van de formatie; |
| d. | vaststelling of wijziging van regels met betrekking tot de nascholing van het personeel; |
| e. | vaststelling of wijziging van een mogelijk werkreglement voor het personeel en van de opzet en de inrichting van het werkoverleg, voor zover het besluit van algemene gelding is voor alle of een gehele categorie van personeelsleden; |
| f. | vaststelling of wijziging van de verlofregeling van het personeel; |
| g. | vaststelling of wijziging van een arbeids- en rusttijdenregeling van het personeel; |
| h. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot de toekenning van salarissen, toelagen en gratificaties aan het personeel; |
| i. | vaststelling of wijziging van de taakverdeling respectievelijk de taakbelasting binnen het personeel, de schoolleiding daaronder niet begrepen; |
| j. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot personeelsbeoordeling, functiebeloning en functiedifferentiatie; 1 1 artikel 22 b (beëindiging), c (duurzame samenwerking), d (deelneming experiment), l (centrale dienst). |
| k. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot het overdragen van de bekostiging; |
| l. | vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reïntegratiebeleid; |
| m. | vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bedrijfsmaatschappelijk werk; |
| n. | vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van het personeel; |
| o. | vaststelling of wijziging van een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel; |
| p. | vaststelling of wijziging van een regeling op het gebied van het bevorderingsbeleid of op het gebied van het aanstellings- en ontslagbeleid voor zover die vaststelling of wijziging geen verband houdt met de grondslag van de school of de wijziging daarvan; |
| q. | vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die een collectieve arbeidsovereenkomst hebben gesloten, zijn overeen gekomen dat die regels of de wijziging daarvan in het overleg tussen bevoegd gezag en het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad tot stand wordt gebracht; |
| r. | vaststelling of wijziging van de regeling inzake de faciliteiten, voor zover die betrekking heeft op het personeel. |
Artikel 24 Instemmingsbevoegdheid oudergeleding
| Het bevoegd gezag behoeft de voorafgaande instemming van dat deel van gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dat uit de ouders is gekozen, voor de door hen voorgenomen besluiten van gemeenschappelijk belang voor alle scholen of de meerderheid van de scholen met betrekking tot de volgende aangelegenheden: | |
| a. | regeling van de gevolgen voor de ouders of leerlingen van een besluit met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in artikel 22, onder c, d, e, l;2 |
| b. | verandering van de grondslag van de school of omzetting van de school of een onderdeel daarvan, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid terzake; |
| c. | de vaststelling of wijziging van de hoogte en vaststelling of wijziging van de bestemming van de middelen die van ouders of leerlingen worden gevraagd zonder dat daartoe een wettelijke verplichting bestaat onderscheidenlijk zijn ontvangen op grond van een overeenkomst die door de ouders is aangegaan; |
| d. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen; |
| e. | vaststelling of wijziging van een mogelijk ouder- of leerlingenstatuut; |
| f. | de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang; |
| g. | vaststelling van de schoolgids; |
| h. | vaststelling van de onderwijstijd; |
| i. | vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van ouders en leerlingen; |
| j. | vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot activiteiten die buiten de voor de school geldende onderwijstijd worden georganiseerd onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag; |
| k. | vaststelling of wijziging van het beleid ten aanzien van de uitwisseling van informatie tussen bevoegd gezag en ouders; |
| l. | vaststelling of wijziging van de faciliteitenregeling, zoals bedoeld in artikel 28 van de wet, voor zover die betrekking heeft op ouders. |
Artikel 25 Toepasselijkheid bijzondere bevoegdheden
2 2 artikel 22 b (beëindiging), c (duurzame samenwerking), d (deelneming experiment), l (centrale dienst).
| 1. | De bevoegdheden op grond van de artikelen 21 tot en met 24, zijn niet van toepassing, voor zover: | |
| a. | de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens wet gegeven voorschrift; | |
| b. | het betreft een aangelegenheid als bedoeld in artikel 38 van de Wet op het primair onderwijs voor zover het betrokken overleg niet besluit de aangelegenheid ter behandeling aan het personeelsdeel van de medezeggenschapsraad over te laten. | |
| 2. | De bevoegdheden van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel is gekozen, zijn niet van toepassing, voor zover de desbetreffende aangelegenheid voor de school reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst. | |
Artikel 26 Termijnen
| 1. | Het bevoegd gezag stelt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of die geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad die het aangaat een termijn van 6 weken waarbinnen een schriftelijke standpunt uitgebracht dient te zijn over de voorgenomen besluiten met betrekking tot een aangelegenheid als bedoeld in de artikelen 21 tot en met 24 van dit reglement. |
| 2. | De in het eerste lid bedoelde termijn kan door het bevoegd gezag per geval, op gemotiveerd verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel die geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad die het aangaat, worden verlengd. |
| 3. | Het bevoegd gezag deelt onverwijld schriftelijk mee of de termijn al dan niet wordt verlengd en indien nodig voor welke termijn de verlenging geldt. |
| 4. | Indien de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel de geleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad die het aangaat, niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn advies uitbrengt dan wel geen uitsluitsel geeft over het al dan niet verlenen van instemming, kan het bevoegd gezag het voorgenomen besluit omzetten in een definitief besluit. |
Paragraaf 6 Inrichting en werkwijze gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
Artikel 27 Verkiezing voorzitter en secretaris
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter en een secretaris. |
| 2. | De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangende voorzitter, vertegenwoordigt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in rechte. |
Artikel 28 Uitsluiting van leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
| 1. | De leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad komen de uit het lidmaatschap voortvloeiende verplichtingen na. | |
| 2. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan tot het oordeel komen, dat een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad de in het eerste lid bedoelde verplichtingen niet nakomt, indien het betrokken lid; | |
| a. | hetzij ernstig nalatig is in het naleven van de bepalingen van de wet en van het medezeggenschapsreglement; | |
| b. | hetzij de plicht tot geheimhouding schendt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden; | |
| c. | hetzij een ernstige belemmering vormt voor het functioneren van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. | |
| 3. | Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad met een meerderheid van ten minste tweederde deel van het aantal leden besluiten het betreffende lid te wijzen op zijn verplichtingen dan wel het desbetreffende lid verzoeken zich terug te trekken als lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. | |
| 4. | Ingeval van een oordeel als bedoeld in het tweede lid kan de geleding, waaruit en waardoor het betrokken lid is gekozen, met een meerderheid van ten minste tweederde deel besluiten het lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad uit te sluiten van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor de duur van ten hoogste drie maanden. | |
| 5. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad pleegt ingeval van het in het tweede lid bedoelde oordeel en ingeval van een voornemen als bedoeld in het derde lid zoveel als mogelijk overleg met de geleding waardoor het betrokken lid is gekozen, rekeninghoudend met de vertrouwelijkheid van gegevens. | |
| 6. | Een in het tweede lid bedoeld oordeel wordt schriftelijk aan het betrokken lid kenbaar gemaakt. | |
| 7. | Een in het derde en vierde lid bedoeld besluit kan niet worden genomen, dan nadat het betrokken lid in de gelegenheid is gesteld schriftelijk kennis te nemen van de tegen hem ingebrachte bezwaren en tevens in de gelegenheid is gesteld zich daartegen te verweren, waarbij hij zich desgewenst kan doen bijstaan door een raadsman. | |
Artikel 29 Indienen agendapunten door personeel en ouders
| 1. | Het personeel en de ouders van de school kunnen de secretaris schriftelijk verzoeken een onderwerp of voorstel ter bespreking op de agenda van een vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te plaatsen. |
| 2 | De secretaris voert overleg met de voorzitter en informeert de aanvrager of het onderwerp of voorstel al dan niet ter bespreking op de agenda wordt geplaatst, alsmede wanneer de vergadering zal plaatsvinden. |
| 3 | Binnen een week nadat de vergadering heeft plaatsgevonden, stelt de secretaris degenen, die een verzoek als bedoeld in het eerste lid van dit artikel hebben ingediend, schriftelijk op de hoogte van het resultaat van de bespreking van dat onderwerp of voorstel door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
Artikel 30 Raadplegen personeel en ouders
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad dan wel een geleding van die raad kan
besluiten, alvorens een besluit te nemen met betrekking tot een voorstel van het bevoegd
gezag over de aangelegenheden, zoals bedoeld in artikel 21 tot en met 24 van dit reglement,
het personeel in de scholen of mr’s of de ouders in de oudergeledingen of mr’s over dat
voorstel te raadplegen.
Artikel 31 Huishoudelijk reglement
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad stelt, met nachtneming van de voorschriften van het medezeggenschapsreglement en de wet, een huishoudelijk reglement vast. (zie bijlage: huishoudelijk reglement) | |
| 2. | In het huishoudelijk reglement wordt in ieder geval geregeld: | |
| a. | de taakomschrijving van de voorzitter en secretaris; | |
| b. | de wijze van bijeenroepen van vergaderingen; | |
| c. | de wijze van opstellen van de agenda; | |
| d. | de wijze van besluitvorming; | |
| e. | het quorum wat vereist is om te kunnen vergaderen. | |
| 3. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zendt een afschrift van het huishoudelijk reglement aan het bevoegd gezag. | |
Paragraaf 7 Regeling (andere) geschillen
Artikel 32 Aansluiting geschillencommissie
De school is aangesloten bij de landelijke commissie voor geschillen.
Artikel 33 Andere geschillen
Bij alle de geschillen die niet door de landelijke commissie behandeld worden, wordt door de
GMR een ad-hoc commissie (een (tijdelijke) commissie voor een bepaalde kwestie)
ingesteld.
Deze commissie bestaat uit 1 lid namens of uit de GMR en 1 lid namens of uit het bestuur.
Deze commissie doet 3 weken na bijeenkomst een bindende uitspraak.
Paragraaf 8 Optreden namens het bevoegd gezag
Artikel 34 Personeelslid voert overleg
| 1. | De bovenschools manager voert namens het bevoegd gezag het overleg, als bedoeld in dit reglement, met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 2. | Op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad of op verzoek van het personeelslid, als genoemd in het eerste lid, kan het bevoegd gezag besluiten dat personeelslid te ontheffen van zijn taak om een bespreking namens het bevoegd gezag te voeren. |
| 3. | Op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voert het bevoegd gezag in bijzondere gevallen zelf de besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
Paragraaf 9 Overige bepalingen
Artikel 35 Voorzieningen
| 1. | Het bevoegd gezag staat de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad het gebruik toe van de voorzieningen, waarover het kan beschikken en die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. |
| 2. | Het bevoegd gezag werkt de faciliteiten voor de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, zoals bedoeld in de wet, nader uit in het medezeggenschapsstatuut. |
Artikel 36 Rechtsbescherming
Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de personen die staan of gestaan hebben op een
lijst van kandidaat gestelde personen als bedoeld in artikel 9 van dit reglement, alsmede de
leden en de gewezen leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad niet uit
hoofde daarvan worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de school.
Artikel 37 Wijziging reglement
Het bevoegd gezag legt elke wijziging van dit reglement als voorstel voor aan de
gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en stelt het gewijzigde reglement slechts vast
voor zover het na overleg al dan niet gewijzigde voorstel de instemming van ten minste
tweederde deel van het aantal leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
heeft verworven.
Artikel 38 Citeertitel; inwerkingtreding
| 1. | Dit reglement kan worden aangehaald als GMR-reglement SKOD |
| 2. | Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 januari 2008 Bijlage 1 Huishoudelijk reglement van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de Stichting Katholiek Onderwijs Drimmelen vastgesteld door de raad op januari 2008. |
Artikel 1 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. |
| 2. | De voorzitter is belast met het openen, schorsen, heropenen, sluiten en het leiden van de vergaderingen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 3. | De voorzitter en bij diens verhindering de plaatsvervangend voorzitter vertegenwoordigt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in en buiten rechte. |
Artikel 2 Secretaris
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden een secretaris. |
| 2. | De secretaris is belast met het bijeenroepen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, het opmaken van de agenda, het opstellen van het verslag, het voeren van de briefwisseling en het beheren van de voor de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bestemde en van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad uitgaande stukken. |
Artikel 3 Penningmeester
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kiest uit zijn midden (indien gewenst) een penningmeester. |
| 2. | De penningmeester voert de financiële huishouding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; hij stelt ieder jaar de begroting op en legt over ieder jaar verantwoording af in het jaarverslag. |
| 3. | De penningmeester doet de raad een voorstel in de begroting voor de wijze waarop de door het bevoegd gezag beschikbaar gestelde middelen voor de raad, de eventuele geledingen en de deelraad worden verdeeld. |
| 4. | De raad stelt de begroting vast. |
Artikel 4 Bijeenroepen en agenda van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad komt ten behoeve van de uitoefening van zijn taak ten minste 6 per jaar bijeen en in de in het gemeenschappelijke medezeggenschapsreglement bepaalde gevallen. |
| 2. | De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de vergadering. |
| 3. | De vergadering wordt, behoudens spoedeisende gevallen, gehouden binnen 14 dagen nadat een verzoek daartoe is ingekomen. De vergadering wordt op een zodanig tijdstip gehouden dat alle leden van de raad redelijkerwijze aanwezig kunnen zijn. |
| 4. | De leden en eventuele adviseurs (en/of directieleden) worden door de secretaris schriftelijk uitgenodigd. |
| 5. | De secretaris stelt voor iedere vergadering een agenda op, waarop de door de voorzitter en door de leden opgegeven onderwerpen worden geplaatst. |
| 6. | Ieder lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan een onderwerp op de agenda doen plaatsen. |
| 7. | Behoudens spoedeisende gevallen worden de uitnodiging en de agenda tenminste 10 dagen vóór de te houden vergadering van de medezeggenschapsraad verstuurd. |
| 8. | De secretaris stuurt een afschrift van de agenda van de vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad aan het bevoegd gezag en aan de medezeggenschapsraden. De agenda wordt ter inzage gelegd op een algemeen toegankelijke plaats in de school ten behoeve van belangstellenden. Waar mogelijk maakt de secretaris gebruik van de in de school gebruikelijke digitale communicatiemiddelen. |
Artikel 5 Deskundigen en/of adviseur
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan besluiten één of meer deskundigen/adviseurs uit te nodigen tot het bijwonen van een vergadering met het oog op de behandeling van een bepaald onderwerp. |
| 2. | Aan de in het eerste lid bedoelde personen worden tijdig de agenda en de stukken van de betrokken vergadering verstrekt. |
| 3. | De leden van de raad kunnen in de vergadering aan de in het eerste lid genoemde personen inlichtingen en advies vragen. |
| 4. | Een deskundige kan ook worden uitgenodigd schriftelijk advies te geven. |
Artikel 6 Commissies
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan commissies instellen ter voorbereiding
van de door de raad te behandelen onderwerpen.
Artikel 7 Quorum en besluitvorming
| 1. | Tenzij dit reglement anders bepaalt, besluit de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bij meerderheid van stemmen in een vergadering waarin tenminste de helft plus één van het totaal aantal leden aanwezig is. |
| 2. | Indien in een vergadering het vereiste aantal leden niet aanwezig is, wordt een nieuwe vergadering belegd op de in artikel 4 voorgeschreven wijze, met dien verstande dat er slechts 2 dagen tussen de rondzending van de oproep en de datum van de vergadering behoeven te verlopen. Deze laatste vergadering wordt gehouden en is gerechtigd besluiten te nemen ongeacht het aantal leden dat is opgekomen. |
| 3. | Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan besluiten van deze regel af te wijken. |
| 4. | Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht en tellen voor het bepalen van de meerderheid niet mee. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. |
| 5. | Wordt bij een stemming over personen bij de eerste stemming geen gewone meerderheid behaald, dan vindt herstemming plaats tussen hen die bij de eerste stemming de meeste stemmen kregen. Bij deze herstemming is diegene gekozen die alsdan de meeste stemmen op zich verenigd heeft. Indien de stemmen staken, beslist het lot. |
| 6. | Bij staking van de stemmen over een door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad te nemen besluit dat geen betrekking heeft op personen, wordt deze zaak op de eerstvolgende vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. |
Artikel 8 Verslag
| 1. | De secretaris maakt van iedere vergadering van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad een verslag dat in de volgende vergadering door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt vastgesteld. |
| 2. | Het verslag wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, achtste lid, van dit reglement bekend gemaakt. |
Artikel 9 Communicatie en informatie
| 1. | De secretaris doet jaarlijks in de maand oktober schriftelijk verslag van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Dit verslag behoeft de goedkeuring van de raad. |
| 2. | De secretaris bevordert de communicatie met alle belanghebbenden en doet dit ten minste door er zorg voor te dragen dat goedgekeurde verslagen van vergaderingen en het jaarverslag zo spoedig mogelijk worden verspreid (schriftelijk en/of digitaal) onder bestuur, directie, secretarissen van deelraden en de secretarissen van de medezeggenschapsraden. Het verslag is eveneens op een algemeen toegankelijke plaats digitaal en/of schriftelijk ter inzage voor belangstellenden. |
Artikel 10 Onvoorzien
| 1. | In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad op voorstel van de voorzitter, met in achtneming van het gemeenschappelijk medezeggenschapsreglement. |
Artikel 11 Wijzing en vaststelling van het huishoudelijke reglement
| 1. | De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad is te allen tijde bevoegd het huishoudelijke reglement te wijzigen en opnieuw vast te stellen. |
| 2. | De secretaris draagt er zorg voor dat het bevoegd gezag over de wijzigingen na vaststelling door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt geïnformeerd. |
Artikel 12 Bepalingen ten behoeve van de geledingen.
In de gevallen waarin in gevolge dit reglement een voorgenomen besluit van het bevoegd
gezag de instemming behoeft van ofwel het ouder ofwel het personeelsdeel van de raad,
beslist dat deel bij meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin ten minste de
helft plus één van het aantal leden van dat deel van de gemeenschappelijke
medezeggenschapsraad aanwezig is.
Bijlage 2:
Artikel 1 Besprekingen namens het bevoegd gezag
| 1. | Het bevoegd gezag voert de besprekingen als bedoeld in artikel 15 van het reglement met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
| 2. | In afwijking van het eerste lid, kan het bevoegd gezag het voeren van een aantal in artikel 15 van het reglement genoemde besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad opdragen aan de algemeen directeur of diens vervanger. |
| 3. | Het bevoegd gezag behoudt zich het recht voor per geval te beslissen of het voeren van besprekingen aan de algemeen directeur wordt opgedragen. Op verzoek van het lid van de schoolleiding dat belast is met het voeren van deze besprekingen of op verzoek van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad kan het bevoegd gezag dit lid ontheffen van de taak om een bespreking namens het bevoegd gezag te voeren. |
Artikel 2 Voorbehoud bevoegd gezag
In alle gevallen waarin het bevoegd gezag het nodig oordeelt en in alle gevallen waarin de
gemeenschappelijke medezeggenschapsraad daarom verzoekt voert het bevoegd gezag zelf
de besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
Artikel 3 Ontheffing besprekingen
| 1. | De algemeen directeur of diens plaatsvervanger wordt op zijn verzoek van de in artikel 1, lid 2, genoemde opdracht ontheven in de volgende gevallen: | |
| a. | indien het in redelijkheid niet van hem/haar gevergd kan worden dat hij de besprekingen in het algemeen dan wel over één of meer aangelegenheden voert; | |
| b. | wanneer hij/zij een dusdanig persoonlijk belang heeft bij het onderwerp van overleg dat daarmee naar het oordeel van het bestuur in redelijkheid niet van hem/haar gevergd kan worden het overleg in de concrete aangelegenheid te voeren. | |
| 2. | Op een gemotiveerd verzoek van de raad kan het bevoegd gezag de algemeen directeur of diens plaatsvervanger ontheffen van zijn opdracht om de besprekingen namens het bevoegd gezag te voeren. | |
| 3. | Het bevoegd gezag besluit zo spoedig mogelijk op een verzoek tot ontheffing en stelt de algemeen directeur, zijn plaatsvervanger of de raad schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn besluit. De ontheffing is voor bepaalde tijd en kan alle of alleen bepaalde gevallen betreffen. | |
Artikel 5 Decentraal georganiseerd overleg
Het bevoegd gezag draagt het voeren van besprekingen in het kader van het decentraal
georganiseerd overleg op aan de algemeen directeur of diens plaatsvervanger. Op verzoek
van het bevoegd gezag of van de algemeen directeur kan één of meer leden van de
schoolleiding deze besprekingen bijwonen.